De "schreve" (de grens tussen West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen) is geen etnische grens, maar een staatkundige grens. Niet verschillen tussen mensen, maar tegengestelde machtsbelangen van naties hebben deze "schreve" getrokken. Eeuwenlang behoorde de streken die we nu Frans-Vlaanderen noemen tot het graafschap Vlaanderen of tot de grotere constellatie waarin het graafschap Vlaanderen is opgegaan. Pas onder Louis XIV op het einde van de zeventiende eeuw werd het westelijk deel van Vlaanderen in Frankrijk ingelijfd. De Slag aan de Peene (1667) is één van de markerende gebeurtenissen

Teloorgang en herstel van het centrale gezag in Frankrijk
In de tiende eeuw verloor in het Westfrankenrijk de centrale vorst (de leenheer: de Franse koning) de greep op het rijk; de plaatselijke vorsten (leenmannen: graven, hertogen) oefenden het werkelijke gezag uit. Niet de Franse koning maar de Vlaamse graaf is de eigenlijke machthebber in het graafschap Vlaanderen.

Vanaf de twaalfde eeuw probeerden de Franse koningen hun gezag te herstellen. In de meeste gebieden slaagden ze daarin. De graaf van Vlaanderen verzette zich echter. Vlaanderen bleef verregaand zelfstandig (Guldensporenslag 1302).

Vlaanderen in een grotere staatkundige constellatie
Later kwam Vlaanderen in een groter geheel, de Nederlanden, die deel uitmaakten van een machtsblok dat in oppositie was met Frankrijk (Bourgondië, later de Oostenrijkse Habsburgers, nadien de Spaanse Habsburgers). De machtsstrijd tussen deze blokken heeft de grens tussen Frankrijk en Vlaanderen bepaald.

In de tweede helft van de 17e eeuw streefde de Franse koning Louis XIV ernaar de onregelmatige noordgrens tussen Frankrijk en de Spaanse Nederlanden beter te beveiligen. De Fransen veroverden grondgebied en versterkten steden in het veroverde gebied met de typische Vauban-vestingen. Zowel de Spaanse Nederlanden als de Verenigde Provincies verzetten zich tegen deze politiek.

Het westelijk deel van Vlaanderen door Frankrijk geannexeerd
De Franse troepen onder Louis XIV veroverden steeds meer Vlaams grondgebied (onder meer Slag aan de Peene bij Cassel, 1677).
In de Vrede van Utrecht (1713) legden Spanje en de Verenigde Provincies er zich bij neer dat Frankrijk een deel van de Westhoek, het westelijk deel van het voormalige graafschap Vlaanderen annexeerde. De Fransen moesten zich wel terugtrekken uit de meer oostelijk gelegen steden die ze al veroverd (en versterkt) hadden zoals Ieper en Menen.
Veurne in het noorden en Poperinge in het zuiden van de Westhoek werden grenssteden aan "deze" kant van de "schreve". In de latere eeuwen werden nog slechts kleine grenscorrecties aangebracht.

In de 19de eeuw ontstond een ander grensoverschrijdend fenomeen: dat van de pendelarbeid van vooral Zuidwest-Vlaamse arbeiders en bietenkappers die dagelijks de grens overstaken om in Frans-Vlaanderen het seizoen te gaan doen op de velden of om te gaan werken in de fabrieken.

Het ontstaan van deze pendelarbeid is vooral te verklaren door de hoge werkloosheid vanaf ca. 1850 in West-Vlaanderen en de bloeiende industrie in Noord-Frankrijk, b.v. de textielnijverheid in Roubaix.

Later, in de 20ste eeuw bleef dit fenomeen zich voordoen maar de doorslaggevende motieven waren nu eerder de gunstige loonvoorwaarden in Frankrijk gecombineerd met de lagere kosten voor levensonderhoud in West-Vlaanderen.

Na WO II daalde het aantal West-Vlaamse arbeiders aanzienlijk en sinds de jaren '80 trekt de West-Vlaamse economie meer Franse arbeidskrachten aan dan omgekeerd.

Twee wereldoorlogen
De Westhoek aan weerskanten van de schreve was helaas strijdtoneel in twee wereldoorlogen.
In de Eerste Wereldoorlog liep het front midden door de Westhoek. In 1918 lag Bailleul (Belle) net als Ieper in puin. De stad werd in Vlaamse stijl heropgebouwd.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog was de Westhoek de plek waar de geallieerde troepen zich ijlings voor de Duitse troepen moesten terugtrekken.